Keerpunt

We lopen hand in hand. Willem lacht uitbundig en vindt het opeens geen probleem dat ik zijn slechte rechterhand stevig in mijn linker klem. Rechts heb ik de afstandsbediening van Gillmore, zoals we de zwarte rollijn zijn gaan noemen. Onze lieve Spaanse diva loopt een meter of twee, drie voor ons uit, maar niet zonder ons uit het oog te verliezen. Gillmore uitlaten met een van onze kinderen is, sinds ze niet meer in de Bugaboo wandelwagen passen, een terugkerende uitdaging. Je weet nooit hoe het afloopt en vooral niet wanneer. Meestal mondt het uit in een teleurgestelde hond en een zware tocht naar huis met een kind over mijn schouder. Toch heb ik besloten dat het geen reden is om het niet meer te doen.

We lopen onze straat uit en draaien de drukke winkelstraat in. Ik knijp met mijn ogen door de felle zon. Jaarmarkt. Ik incasseer direct mijn inschattingsfout. Wandelen is al een uitdaging, wandelen in de drukte is pure survival. Gillmore schat haar kansen in en start direct een minutieus onderzoek bij het eerste eetkraampje dat we tegenkomen. Met een stevige ruk aan de lijn probeer ik haar op andere gedachten te brengen maar op hetzelfde moment krijgt Willem de geest. Hij wurmt zijn rechterhand uit mijn linker en ik hoor een enthousiaste kreet. Hij is er vandoor. Net even sneller dan ik kan reageren verdwijnt hij schaterlachend achter een groepje slenterende marktbezoekers. Ik vloek stilletjes. Gillmore besluit mee te werken en volgt me zonder te morren. Het lukt me Willem te vangen en zonder al te veel tegenstand een zijstraat in te leiden. Inschattingsfout twee doemt voor me op. Een springkussen in de vorm van een opblaaskasteel. Willem loopt er in grote passen op af en kijkt hoopvol achterom. Twee tellen later trek ik de veters van zijn schoenen los en help hem op het kussen.

‘Even geduld Gillmore,’ zeg ik terwijl ze Willems capriolen in het kasteel met grote geïnteresseerde ogen volgt. Naast Willem springt een meisje. Ik zie dat hij haar razend interessant vindt, dat vind ik mooi. Ik sta trots te kijken en Willem maakt vaak oogcontact met me en lacht. Er komen nog meer kinderen, wat oudere ook, en die zorgen voor het wat onstuimiger bewegen van het luchtkussen. Willem heeft zichtbaar moeite met zijn evenwicht maar ik zie hem alleen maar hard lachen. Wat wordt hij toch handig ondanks die onwillige rechterarm. De handicap staat zijn plezier niet in de weg. Even voel ik mij een vader met een ‘gewoon kind’. Maar langzaam begin ik me wel zorgen te maken over het verdere verloop van deze middag.

En inderdaad. Waar andere kinderen, soms mokkend maar altijd uiteindelijk gehoorzaam, met hun papa’s en mama’s vertrekken, daar sta ik al een kwartier zonder enig succes te proberen om Willem van het kussen af te krijgen. ‘Willem, ga je mee?’ ‘Papa gaat naar huis hoor!’ Niets.

Willem blijft op veilige afstand. Ik overweeg om ook mijn schoenen uit te doen en op het kussen te klauteren als er een groep nieuwe kinderen de opblaasarena betreedt. Willem wijkt uit en dat is net genoeg om zijn linkerarm te grijpen en hem uit balans te trekken. Nee, Willem kan nog steeds niet goed tegen teleurstellingen en hij is niet van plan om mij zonder enige vorm van protest mijn zin te geven. Dikke tranen lopen over zijn wangen. Het krijsen houdt niet op als ik hem zijn schoenen aantrek. Ik werp hem over mijn schouder in de ijdele hoop dat hij zijn teleurstelling met deze actie vergeet. Maar het krijsen gaat onverminderd verder als ik met Willem in houdgreep de markt oversteek richting een rustiger straat. Ik zie hoofden onze kant op draaien. Sommige beoordelend, een aantal meewarig. Ik zit op beiden niet te wachten en terwijl ik Willem probeer uit te leggen dat dit niet de bedoeling is, bereiken we ons huis.

Tien minuten later zit Willem nog steeds bij de voordeur. Het krijsen is weer overgegaan in huilen. Hij bonkt met zijn linkerhand op de deur. ‘Open! Open!’. Ik laat hem. En net op het moment dat ik denk dat deze dag niet veel slechter had kunnen uitpakken, word ik gebeld door Jip.

Melvin is niet meer.

Ik pak Willem op en ga op de bank zitten. Ik houd hem stevig vast en voel de kracht uit zijn ranke lijfje verdwijnen. Hij slaapt. Ik huil.

Rust zacht, lieve superheld.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *